'Tenki pa' zegt de bestuurder. 'Tenki pa' zegt ook de vrouw naast me. Naast ons op het trottoir staat een man van middelbare leeftijd. Aan de grootte van zijn buik is te zien dat hij van goede afkomst is. Hij knikt naar ons. Ik zit in een kee-kee in Freetown. Dat is een klein open gemotoriseerd karretje, in Azie bekend als tuktuk. Hier heten ze dus kee kee's en de laatste keer dat ik hier was, waren ze er nog niet. Zodra ik ben ingestapt, bedenk ik: dit doe ik niet nog een keer als het donker is. De bestuurder lijkt haast te hebben en rijdt hard. Samen met twee andere vrouwen zit ik ingeklemd op een bankje. Zij kletsen voluit, ik houd me vast en kijk met de bestuurder mee waar we naar toe zoeven. Net als altijd is het druk bij die ene rotonde. Onze bestuurder heeft geen zin om achteraan te sluiten in de file en rijdt over de linkerbaan. Opnieuw denk ik: ik doe dit niet nog een keer. Gelukkig manoeuvreert de bestuurder ons halverwege tussen de andere auto's terug op de rechter baan.
De vrouw naast me begint uit te leggen waar ze het over hebben. Ik zeg: ja, ik volg het, jullie hebben het over de politieman die ons heeft gezien en nu onze kant opkomt. Mijn begrip van Krio maakt me direct vrienden met de vrouw. Ze heet Susu en ze werkt in de keuken in de bar waar ik net voetbal heb gekeken. Nigeria tegen Argentinië. Alsof het nationale team van Sierra Leone zelf de finale van de wereldkampioenschappen moest spelen. Het dak ging er bijna af voor hun Afrikaanse broeders. Susu vertelt dat ze een dochter heeft in Duitsland. Ik bedenk dat ze daar studeert en vraag wanneer haar dochter voor het laatst in Freetown is geweest. Maar nee de dochter van Susu is geadopteerd door haar nieuwe moeder en is nooit meer in Sierra Leone geweest. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Susu hoopt me nog een keer in de bar te zien, en stapt vrolijk uit en verdwijnt in de massa.
Het leven in Freetown doet mij altijd denken aan de puzzels die mama maakt met kerstmis. Een puzzel van 1000 stukjes met poppetjes die van alles en nog wat doen. Elke keer als je naar de puzzel kijkt, zie je weer iets anders, en vaak iets wat niet helemaal in het plaatje past. Zo ook in deze stad. Het verkeer krioelt er als een mierenhoop doorheen - schijnbaar chaotisch, maar de oplettende kijker ziet dat er toch een patroon is.
De politie-agent komt inderdaad aangelopen. Hij is jong, maar zonder aarzeling vraagt 'ie de bestuurder zijn karretje aan de kant te zetten want zijn rijgedrag was niet volgens de regels. Vanaf het trottoir wenkt de man van middelbare leeftijd de agent naar hem toe te komen. Ik kan hun gesprek niet horen, maar al snel vindt de agent het goed zo. 'Tenki pa' wordt er dus meerdere keren tegen de onbekende helper gezegd vanuit ons kee-kee karretje. De autoriteit van de leeftijd weegt hier nog steeds zwaarder dan die van de handhaving van de wet.
woensdag 27 juni 2018
zaterdag 26 mei 2018
Lamin
In de zomer van 2015 ben ik terug in Masanga en schrijf ik het volgende op, wat vervolgens als concept onzichtbaar op het internet blijft, tot vandaag - een terugblik dus:
Zijn glimlach zo groot. De bekende vrolijke glinstering in zijn ogen en rimpels rondom. Op zijn lachende wangen littekens volgens cultureel gebruik. Even denk ik: zijn gebit is verslechterd. Maar de glimlach zo groot en aanstekelijk. Het zijn de mensen die je laten thuiskomen. Met veel enthousiasme was hij naar me toe gerend, nadat hij me vanuit de verte al uitgebreid zwaaiend had begroet. We mogen elkaar niet omhelzen, Ebola ligt nog steeds op de loer.
Zijn glimlach zo groot. De bekende vrolijke glinstering in zijn ogen en rimpels rondom. Op zijn lachende wangen littekens volgens cultureel gebruik. Even denk ik: zijn gebit is verslechterd. Maar de glimlach zo groot en aanstekelijk. Het zijn de mensen die je laten thuiskomen. Met veel enthousiasme was hij naar me toe gerend, nadat hij me vanuit de verte al uitgebreid zwaaiend had begroet. We mogen elkaar niet omhelzen, Ebola ligt nog steeds op de loer.
Hij komt bananen brengen en maakt mijn favoriete maaltijden en zelfs kokoskoekjes, keer op keer. En alsof dat nog niet genoeg is, vertelt hij dit trots aan iedereen die het maar horen wil. Hij weet als geen ander wat ik lekker vind, want hij heeft jaren voor me gekookt, toen Masanga mijn thuis was. 45 jaar oud is Lamin, al jaren. Daar moeten we steeds met z'n allen om lachen, en hij zelf het meest. Geboren is 'ie in het hevige regenseizoen, net voor de rijstoogst, dat vertelde zijn moeder hem. Inmiddels heeft hij zelf 4 kinderen. Voor Abdul zijn oudste zoon die nu de middelbare school volgt, bouwt hij een huisje dichtbij zijn nieuwe school. Het huis is bijna klaar, alleen nog een dak. Abdul werkte voorheen in mijn grote jungle tuin, op zaterdag, om wat bij te verdienen voor dat letterlijke dak boven zijn hoofd.
We besluiten deze keer de rollen om te draaien en Lamin uit eten te nemen in het stadje verderop. We pikken hem op in zijn dorp, welke nog dieper in de jungle gelegen is. Vele kinderen verzamelen zich rondom onze grote auto, die schril afsteekt bij de eenvoudig van het dorp. Maar het is feest! Luide muziek uit de autoradio en de ondergaande zon maakt het feest compleet. Als een koninklijk paar treden Lamin en zijn vrouw naar buiten. Zij gekleed in haar mooiste jurk. Alles wordt uitgebreid vastgelegd op camera, ook wij worden van alle kanten op de foto gezet. Als aandenken, mogelijk ook als trofee. Net als het overgebleven eten van die avond, dat in plastic tasjes wordt meegenomen naar huis. Rijkdom heeft hier een andere betekenis, besef ik me weer. Inspirerende rijkdom, wat er voor zorgt dat terug zijn hier een warm bad is.
dinsdag 3 maart 2015
Temperatuur meten
36.1, 36.3, 35.8 tijdens een vroege frisse ochtend, 37.1 na een lange rit in de auto en 40.1 (en een rooie kop) na het hardlopen. Dit dagelijks ritme van temperatuur meten gaat altijd gepaard met handen wassen met chloor water en vaak ook gevolgd door een paar stappen over chloor matten. Het heeft al de nodige onuitwisbare sporen achtergelaten op mijn kleding. De gebleekte vlekken op mijn zwarte gympen kleur ik in met een zwarte stift - aangepaste ijdelheid zeg maar. Of ik pas me aan de onconventionele Liberianen. Zo droeg een Liberiaanse collega laatst zijn jas binnenste buiten, of volgens hem de mooiste kant met vele kleuren -in plaats van de effen donkere andere (buiten) kant.
Zou het in het dagelijkse leven ook maar zo makkelijk gaan, de 'donkere kant' uit het zicht draaien. Misschien begint het echte werk nu wel voor de mensen hier, nu de uitbraak echt op zijn retour lijkt te zijn. De sporen van het Ebola virus worden steeds meer zichtbaar - niet zo aanwezig als de puinhoop die een natuurramp achterlaat, maar zeker net zo verwoestend en ongetwijfeld levenslang.
Of zoals die mevrouw laatst tegen me zei, toen ik op mijn huisgenoten aan 't wachten was die in een hele grote supermarkt op zoek waren naar een strijkplank (weer die ijdelheid ja); alsof ze de mooiste bloem van me hebben afgenomen - over haar man, die is overleden aan Ebola.
Nog even en ik vlieg weer terug, naar een land waar de kranten over van alles maar niet meer over West-Afrika schrijven. Bijna ben ik weer thuis, althans "home is where the heart is", dus het zal wel even duren voordat thuis weer thuis zal voelen. De geur van chloor zal ongetwijfeld onlosmakelijk verbonden blijven met mijn tijd hier.
Zou het in het dagelijkse leven ook maar zo makkelijk gaan, de 'donkere kant' uit het zicht draaien. Misschien begint het echte werk nu wel voor de mensen hier, nu de uitbraak echt op zijn retour lijkt te zijn. De sporen van het Ebola virus worden steeds meer zichtbaar - niet zo aanwezig als de puinhoop die een natuurramp achterlaat, maar zeker net zo verwoestend en ongetwijfeld levenslang.
Of zoals die mevrouw laatst tegen me zei, toen ik op mijn huisgenoten aan 't wachten was die in een hele grote supermarkt op zoek waren naar een strijkplank (weer die ijdelheid ja); alsof ze de mooiste bloem van me hebben afgenomen - over haar man, die is overleden aan Ebola.
Nog even en ik vlieg weer terug, naar een land waar de kranten over van alles maar niet meer over West-Afrika schrijven. Bijna ben ik weer thuis, althans "home is where the heart is", dus het zal wel even duren voordat thuis weer thuis zal voelen. De geur van chloor zal ongetwijfeld onlosmakelijk verbonden blijven met mijn tijd hier.
zaterdag 24 januari 2015
Op de goede weg
She did it! Hét virus van zich afgeschut en alweer thuis bij
haar familie, waar meisjes van 14 jaar horen te zijn..
En er is meer goed nieuws te vertellen; het aantal nieuwe besmettingen daalt drastisch en consequent. De scholen zullen binnenkort weer open gaan en het negatieve vliegadvies naar Liberia kon afgelopen week opgeheven worden. Ook het Chinese constructiebedrijf gaat verder waar ze gebleven was, met veel bedrijvigheid wordt de enige asfaltweg in de provincie van een nieuwe laag voorzien.
En er is meer goed nieuws te vertellen; het aantal nieuwe besmettingen daalt drastisch en consequent. De scholen zullen binnenkort weer open gaan en het negatieve vliegadvies naar Liberia kon afgelopen week opgeheven worden. Ook het Chinese constructiebedrijf gaat verder waar ze gebleven was, met veel bedrijvigheid wordt de enige asfaltweg in de provincie van een nieuwe laag voorzien.
Dat alles zien we vanuit ons kantoor, een zalmroze villa met
grote tuin rondom, waar het een komen en gaan is van werknemers, bezoekers en
auto’s – een dynamiek, die zich lastig laat regisseren, en
nogal eens voor een zucht her en der zorgt. Al speelt het grootste gedeelte van
ons werk zich af ‘in het veld’, de nodige uren worden doorgebracht op kantoor, waar je opgeslokt wordt in de bedrijvigheid. Zo zijn er flex plekken zonder dat dit benoemd hoeft te worden. Even naar de
printer op en neer, kan je je stoel kosten - een plastic witte tuinstoel om precies te zijn, niet geheel ergonomisch passend bij de houten bureaus, waar vanaf alle kanten en vaak met meerderen tegelijk aan wordt gezeten. Voor een telefoongesprek moet je
naar buiten lopen - er is in het gehele gebouw maar net voldoende netwerk om je
telefoon over te laten gaan. Het heen en weer lopen is niet eens een straf, bekennende dat die plastic stoelen in de loop van de dag gaan plakken. Nog steeds wordt er gewacht op de reparateur van de airconditioner, en de ventilatoren zorgen maar voor zuchtjes wind, die losliggende papieren die van niemand zijn in de rondte doen waaien. De kerstversiering is nog niet opgeruimd en de klok zingt elk uur een
vals chinees deuntje. Maar het meest opmerkelijke is toch de krokodil, die
laatst werd gevonden in een leeg olievat achter in de tuin. Dankzij een
onbaatzuchtige inzamelingsactie, kon een ruime kooi voor hem (of haar?) gebouwd
worden. Er wordt gezorgd voor genoeg water en een hagedis op z’n tijd. We zijn
er echter nog niet helemaal over uit of we er goed aan doen om voor ‘m (of haar?) te
blijven zorgen, en of loslaten in de natuur toch beter is…. Het zou zomaar een
kritische metafoor kunnen zijn voor ons dagelijks werk hier.
woensdag 31 december 2014
14 jaar
Het is de laatste dag van het jaar. Vrolijk wordt er 'Happy 2015' heen en weer geroepen. Ook al is hier geen officiële kerstvakantie, het kantoor is leger dan normaal en er hangt een ontspannen sfeer. We kijken uit naar het feest van vanavond. De regering helpt mee; de avondklok is speciaal voor vannacht afgeschaft. Wij expats moeten om 1 uur 's nachts thuis zijn - blij zijn we vooral met de flessen champagne die op de kop zijn getikt door een vindingrijke collega.
Ik check mijn mail voor de bloeduitslagen van de opgenomen patiënten in onze klinieken. Een dagelijkse routine. Zo ook vandaag, maar vandaag kijk ik tweemaal, driemaal, ja het is waar, het 14 jarige meisje is positief getest voor Ebola. Ik staar lang naar het scherm. Wanneer ik haar weer zie, zie ik een 'gewoon' pubermeisje gekleed in een shirtje vol glitters en haar haren gevlochten volgens de laatste mode. Ziek oogt ze niet. Nog niet wellicht. Ze loopt heen en weer. Ik spreek met haar stiefmoeder. De biologische moeder van het meisje is recent overleden. Wanneer precies, waaraan en waar willen ze ons niet vertellen. Angst en onwetendheid gaan vaak samen. De stiefmoeder blijft het ook herhalen, ze is bang. Een telefoon wordt van buiten af door het hekwerk aan de patiënt gegeven - het meisje belt zelf haar familieleden. De telefoon mag niet terug naar de eigenaar aan de andere kant van het hek, het wordt uit elkaar gehaald en volledig gesprayd met chloorwater en dan pas teruggegeven. Het is hard, een van de meest waardevolle bezittingen is in een enkele seconden niets meer waard. Ebola maakt geen onderscheid.
De ambulance komt. Het is een pick-up auto met een plastic dak over de laadbak, daaronder ligt een matras. Meer is er niet. De ambulance rijdt via een speciale laan de kliniek binnen. Het meisje klimt zelf de auto in. Ook nu worden alle beschermende maatregelen nauwlettend opgevolgd, onder het toeziend oog van onze werknemers. Er mag niets aan het toeval worden overgelaten.
Niemand mag met haar mee. Te risicovol. Daar gaat ze dan, 14 jaar jong, alleen naar een stad ver weg van haar familie. Naar een kliniek waar ze de komende dagen alleen mensen zal zien in plastic maanpakken en ogen verscholen achter een dikke plastic bril. Niemand daar zal je langer aanraken dan noodzakelijk. Ziek en alleen zijn zouden niet samen mogen gaan. Met enig geluk kan haar familie haar achter na reizen. Tenminste als ze zelf geen symptomen ontwikkelen. 21 dagen wordt iedereen nauwlettend in de gaten gehouden. En dat is een hele klus hier. Niettemin omdat er veel wordt gezwegen en alleen de tip van de ijsberg zichtbaar is.
Nog een paar uur en dan dient er een heel nieuw jaar aan. Ik zal vanavond toosten met de champagne en mijn collega's, maar mijn gedachtes zullen ongetwijfeld ook gaan naar haar. Op een voorspoedig nieuwjaar, voor iedereen en voor sommigen een beetje extra meer graag.
Ik check mijn mail voor de bloeduitslagen van de opgenomen patiënten in onze klinieken. Een dagelijkse routine. Zo ook vandaag, maar vandaag kijk ik tweemaal, driemaal, ja het is waar, het 14 jarige meisje is positief getest voor Ebola. Ik staar lang naar het scherm. Wanneer ik haar weer zie, zie ik een 'gewoon' pubermeisje gekleed in een shirtje vol glitters en haar haren gevlochten volgens de laatste mode. Ziek oogt ze niet. Nog niet wellicht. Ze loopt heen en weer. Ik spreek met haar stiefmoeder. De biologische moeder van het meisje is recent overleden. Wanneer precies, waaraan en waar willen ze ons niet vertellen. Angst en onwetendheid gaan vaak samen. De stiefmoeder blijft het ook herhalen, ze is bang. Een telefoon wordt van buiten af door het hekwerk aan de patiënt gegeven - het meisje belt zelf haar familieleden. De telefoon mag niet terug naar de eigenaar aan de andere kant van het hek, het wordt uit elkaar gehaald en volledig gesprayd met chloorwater en dan pas teruggegeven. Het is hard, een van de meest waardevolle bezittingen is in een enkele seconden niets meer waard. Ebola maakt geen onderscheid.
De ambulance komt. Het is een pick-up auto met een plastic dak over de laadbak, daaronder ligt een matras. Meer is er niet. De ambulance rijdt via een speciale laan de kliniek binnen. Het meisje klimt zelf de auto in. Ook nu worden alle beschermende maatregelen nauwlettend opgevolgd, onder het toeziend oog van onze werknemers. Er mag niets aan het toeval worden overgelaten.
Niemand mag met haar mee. Te risicovol. Daar gaat ze dan, 14 jaar jong, alleen naar een stad ver weg van haar familie. Naar een kliniek waar ze de komende dagen alleen mensen zal zien in plastic maanpakken en ogen verscholen achter een dikke plastic bril. Niemand daar zal je langer aanraken dan noodzakelijk. Ziek en alleen zijn zouden niet samen mogen gaan. Met enig geluk kan haar familie haar achter na reizen. Tenminste als ze zelf geen symptomen ontwikkelen. 21 dagen wordt iedereen nauwlettend in de gaten gehouden. En dat is een hele klus hier. Niettemin omdat er veel wordt gezwegen en alleen de tip van de ijsberg zichtbaar is.
Nog een paar uur en dan dient er een heel nieuw jaar aan. Ik zal vanavond toosten met de champagne en mijn collega's, maar mijn gedachtes zullen ongetwijfeld ook gaan naar haar. Op een voorspoedig nieuwjaar, voor iedereen en voor sommigen een beetje extra meer graag.
donderdag 11 december 2014
Onderweg
De week ging geruisloos over in het weekend en net zo
makkelijk weer in een nieuwe week. Ik hoor mezelf tegen een collega zeggen
‘zullen we na het werk nog even afspreken om een en ander door te nemen’… Huh, werken na een werkdag? Maar het werk geeft voldoening, vooral als het doel wordt bereikt; onze tweede
kliniek is geopend! Een kliniek waar patiënten zich kunnen melden met (een
verdenking op) een Ebola-infectie.
De tijdelijke kliniek is te vinden in een uithoek van de
provincie, waar toegang tot gezondheidszorg minimaal is. Het virus heeft hier helaas al flink zijn sporen achtergelaten, en dat heeft financiële gevolgen. Er is veel animo voor een baan in onze kliniek, en de sollicitatiebrieven komen in grote aantallen mijn kant op. Sommige geïnteresseerden komen zelfs elke dag terug, ze houden hoop, misschien wel tegen beter weten in, maar ze geloven, zo zeggen ze zelf, bovenal in een goede afloop. En daar is niets tegen in te brengen.
De wegen zijn slecht en dat hebben we geweten; de vrachtwagen met (medische) benodigdheden zit voor twee dagen vast in de modder - én blokt de weg voor alles en iedereen, we moeten dus omrijden om thuis te komen die avond. Afstand wordt hier in tijd aangegeven en veel tijd brengen we door in de auto. Een lege blaas en maag in de auto op die slechte wegen is trouwens aan te raden weet ik inmiddels uit eigen ervaring. Communicatie tijdens de ritten vindt plaats via de radio, gezien het gebrek aan telefoonbereik. De chauffeurs melden zich om de beurt bij het hoofdkantoor. Niet alleen voor mij zijn de nummers en codes die ze doorgeven onverstaanbaar, maar ook voor de chauffeurs zelf – het zorgt vaak voor gegrinnik in de auto. Onderweg luisteren we naar radio UNMIL, de radiozender van de vredesmacht van de United Nations die sinds ruim een decennium helpt bij blijvende stabiliteit in het land. Of ik in Nederland ook naar radio UNMIL luister, vraagt de chauffeur aan me. Maar Nederland is ver weg.
De wegen zijn slecht en dat hebben we geweten; de vrachtwagen met (medische) benodigdheden zit voor twee dagen vast in de modder - én blokt de weg voor alles en iedereen, we moeten dus omrijden om thuis te komen die avond. Afstand wordt hier in tijd aangegeven en veel tijd brengen we door in de auto. Een lege blaas en maag in de auto op die slechte wegen is trouwens aan te raden weet ik inmiddels uit eigen ervaring. Communicatie tijdens de ritten vindt plaats via de radio, gezien het gebrek aan telefoonbereik. De chauffeurs melden zich om de beurt bij het hoofdkantoor. Niet alleen voor mij zijn de nummers en codes die ze doorgeven onverstaanbaar, maar ook voor de chauffeurs zelf – het zorgt vaak voor gegrinnik in de auto. Onderweg luisteren we naar radio UNMIL, de radiozender van de vredesmacht van de United Nations die sinds ruim een decennium helpt bij blijvende stabiliteit in het land. Of ik in Nederland ook naar radio UNMIL luister, vraagt de chauffeur aan me. Maar Nederland is ver weg.
Turend naar buiten blijf ik me verbazen; de natuur is ongelooflijk overweldigend
en met name de ondergaande zon in de late namiddag maakt mijn uitzicht bijna
betoverend. Het volop groen wisselt zich af door hectares georganiseerde rubberplantages - alles voor de export. In groot contrast met de verzameling hutjes her en der, die omringt worden door compacte akkertjes, groot genoeg voor eigen gebruik. De spelende kinderen, overal in overtal, lijken het niet nog te beseffen. In diezelfde dorpjes vallen de gekleurde emmers met kraantjes en de
bekende ‘Ebola is real’ tekst direct op – zou er volgende water en chloor inzitten?
Inmiddels kunnen wij tevreden terugkijken op de eerste week in onze tweede kliniek; de eerste patiënten hebben hun weg weten te vinden en de nodige zorg, medicatie en adviezen ontvangen. Een begin, hopelijk van een einde, en zijn straks de emmers met kraantjes minder urgent. En onze werkdagen iets minder lang.
Inmiddels kunnen wij tevreden terugkijken op de eerste week in onze tweede kliniek; de eerste patiënten hebben hun weg weten te vinden en de nodige zorg, medicatie en adviezen ontvangen. Een begin, hopelijk van een einde, en zijn straks de emmers met kraantjes minder urgent. En onze werkdagen iets minder lang.
vrijdag 14 november 2014
Uit voorzorg
En zo ben ik weer terug in West-Afrika. Liberia deze keer. Zodra ik het vliegtuig uitstap, valt de welbekende warme en vochtige deken van zoete lucht over me heen. De opkomende zon geeft een voorzichtige oranje gloed over het landschap vol met palmbomen, en een glimlach op mijn gezicht. Picture perfect. Maar de realiteit van Liberia laat zich al gauw zien. Bij de ingang van de paspoortcontroles staan grote emmers met kraantjes. De chloorlucht is penetrant op deze vroege ochtend. Handen wassen en temperatuur wordt gemeten met een thermometer als pistool. Vanaf nu zal niemand je meer aanraken, en voorkom je zelf ook elke aanraking. De toon is gezet.
Vanuit de auto (met de ramen verplicht dicht) lijkt het normale dagelijkse leven hand in hand te gaan met de Ebola uitbraak. Taxi's en busjes vol worden ingehaald door grote auto's met hoge antennes van de UN en andere hulporganisaties. Vrouwen verkopen fruit, leunend tegen een muur met boodschappen om besmetting te voorkomen. Winkeltjes zijn open, de prijzen gestegen. Jingles vol adviezen en zelfs lesprogramma's op de radio; scholen zijn nog steeds gesloten. Kinderen worden niet meer gevaccineerd en na elf uur 's avonds mag je je niet meer op straat vertonen. Er is een voorzichtige afname van het aantal nieuwe besmettingen, en dat geeft hoop. Of moeten we het rapportage systeem wantrouwen? Of verslapt ieder's oplettendheid - en willen mensen terug naar het leven van alledag.
Ik word afgezet in een groot en luxe hotel met uitkijk op het strand en de zee - waar ik wederom niet naar toe mag gaan. Restricties en regels zijn oneindig, en ik begin aan een rit 'briefings'. Daarnaast volg ik gedurende een week een training van de WHO, en leer nog meer details over de ziekte en uitbraak. Er wordt veel geoefend in een speciale trainingskliniek met simulatie patiënten - ik steek er veel van op. De laatste middag komen er een aantal Ebola-overlevenden hun verhaal vertellen. Dat doen ze met gepaste trots. Allen even indrukwekkend. Naast mij zit een verpleegkundige van middelbare leeftijd, vader van vier kinderen. Hij huilt stilletjes. En ik ga de volgende dag naar het veld, waar het echte werk begint.
Vanuit de auto (met de ramen verplicht dicht) lijkt het normale dagelijkse leven hand in hand te gaan met de Ebola uitbraak. Taxi's en busjes vol worden ingehaald door grote auto's met hoge antennes van de UN en andere hulporganisaties. Vrouwen verkopen fruit, leunend tegen een muur met boodschappen om besmetting te voorkomen. Winkeltjes zijn open, de prijzen gestegen. Jingles vol adviezen en zelfs lesprogramma's op de radio; scholen zijn nog steeds gesloten. Kinderen worden niet meer gevaccineerd en na elf uur 's avonds mag je je niet meer op straat vertonen. Er is een voorzichtige afname van het aantal nieuwe besmettingen, en dat geeft hoop. Of moeten we het rapportage systeem wantrouwen? Of verslapt ieder's oplettendheid - en willen mensen terug naar het leven van alledag.
Ik word afgezet in een groot en luxe hotel met uitkijk op het strand en de zee - waar ik wederom niet naar toe mag gaan. Restricties en regels zijn oneindig, en ik begin aan een rit 'briefings'. Daarnaast volg ik gedurende een week een training van de WHO, en leer nog meer details over de ziekte en uitbraak. Er wordt veel geoefend in een speciale trainingskliniek met simulatie patiënten - ik steek er veel van op. De laatste middag komen er een aantal Ebola-overlevenden hun verhaal vertellen. Dat doen ze met gepaste trots. Allen even indrukwekkend. Naast mij zit een verpleegkundige van middelbare leeftijd, vader van vier kinderen. Hij huilt stilletjes. En ik ga de volgende dag naar het veld, waar het echte werk begint.
Abonneren op:
Posts (Atom)