zondag 13 oktober 2019

De 'Surgical Assistant Community Health Officer'


Misschien wel het allerleukste was het weerzien van oude bekenden. Ik blijf me verwonderen hoe klein Sierra Leone lijkt te zijn. De stad Bo is na de tweede grootste stad van het land, heeft een grote universiteit en het regeringsziekenhuis waar ik werk is het belangrijkste ziekenhuis van de regio. Vandaar dat voor velen, net als ik, Bo tijdelijk een thuis is.
Mijn favoriete oude bekenden zijn uit mijn tijd in Masanga. Vanuit Masanga loopt een chirurgisch trainingsprogramma; ‘Community Health Officers (CHO)’ leren in drie jaar tijd basale maar levensreddende operaties en verloskunde. Nadien doen ze nog voor twee jaar extra ervaring op in regeringsziekenhuizen in de hoofdstad en mogen ze zichzelf ‘Surgical assitant CHO’ noemen. De meeste gaan werken in ziekenhuizen op het platteland waar de nood voor goede gezondheidszorg het grootst is.  

Het is groot feest dat er uitgerekend in de maand dat ik in Bo werk, welgeteld vier SaCHO’s zijn. Opnieuw ben ik onder de indruk van hun onuitputtelijke motivatie en de nauwkeurigheid van het klinisch werk dat ze leveren. Zij leren mij inmiddels meer dan ik hen. We vormen niet alleen het team op de maternity ward, 24 uur per dag, zeven dagen in de week. We zijn ook familie, met allemaal onze ‘roots’ in Masanga en daarmee spreken we dezelfde taal. Hassan, Bassie, Mohamed en de enige vrouw van het gezelschap, Seibatu. De laatste twee heb ik zelf (deels) opgeleid - het geeft me gepaste trots.
Het is vooral ook heel gezellig. We maken samen echo’s – tenminste, de een maakt de echo, de ander schrijft, en soms zit er nog iemand bij en bespreken we gezamenlijk het beleid. En kletsen over nog veel meer. Als Mohamed jarig is, doen we samen een keizersnede om dit te vieren. Zoals toen in de goede oude tijd in Masanga, opereren we op de muziek van Celine Dion en Westlife. We zingen uiteraard mee.

Mohamed heeft onlangs goed nieuws gekregen. Na een zware toelating van ruim één jaar studeren en diverse examens te hebben gedaan is hij een van de geselecteerden die aan de opleiding geneeskunde mag beginnen. Een droom die voor hem uitkomt, na jarenlang investeren. Hij komt uit een goot gezin en zijn broers en zussen zijn allemaal boer of handelaar geworden. Er was vroeger nooit geld geweest om te studeren. Ook de regering biedt geen mogelijkheden zoals studiefinanciering of lening. Mohamed is hiermee een 'self-made man'. Maar het geeft hem zorgen. Hij probeert van alles om zijn nieuwe studie te kunnen bekostigen. Ondertussen werkt hij tijdelijk als vrijwilliger in het ziekenhuis – dit is geen uitzondering voor vele gezondheidswerkers in een arm land als Sierra Leone. En onderhoudt hij zijn eigen gezin en zijn zieke vader. Ik zie zijn frustraties en verdriet van dichtbij. Het besef van mijn voorrecht, wat volledig in mijn schoot is geworpen. En zo was de optelsom snel gemaakt. Mohamed gaat binnenkort beginnen aan zijn studie geneeskunde. Want dat is wat Sierra Leone kan gebruiken, goede dokters – en dat wordt hij, daar ben ik meer dan van overtuigd.

dinsdag 17 september 2019

Dagelijkse routine


Als je maar ergens lang genoeg blijft, komt er vanzelf dagelijkse routine. Zo ook hier. Elke ochtend wandel ik over een onverhard pad naar het ziekenhuis. Net als vele anderen. Zo goed en zo kwaad als me dat lukt, probeer ik me aan te passen aan hun wandeltempo. Soms word ik begroet - doc, doctor of een soort van Marieke hoor ik dan. Vaak duurt het voor mij even om het gezicht te kunnen plaatsen.Regelmatig denk ik de begroeter niet te kennen. Mijn huidskleur en rol in het ziekenhuis geven mij vele onbekende vrienden.

Als ik dienst heb, ga ik met de auto. Een grote 4WD. Dit klinkt gaver dan het is. Het is een zware bak die traag reageert. Om de ‘compound’ af te komen, moet ik achteruit een helling oprijden, met halverwege een diepe goot, die gedeeltelijk is opgevuld met keien. Proefondervindelijk stond al snel de bewaker van dienst achter de auto aanwijzingen te geven. Ze houden beleefd hun mond, maar zullen ongetwijfeld mijn beperkte achteruit-rij-kwaliteiten beamen. Zelf vind ik dat het steeds beter gaat.

Twee keer in de week komt Massah, de schoonmaakster en kok. Haar dochter Success is altijd op haar rug – dit is een veelbelovend naam om te hebben lijkt mij. Massah haalt boodschappen op de markt en kookt voor me. Ik mag bedenken wat te eten. Er is altijd extra veel eten, zodat ik dagen vooruit kan. Zelfs de komkommers worden in stukjes gesneden evenals de appels. Als ik de afwas zelf wil doen, attendeert ze me op haar functiebeschrijving. Het blijft een ongemakkelijke luxe, maar fijn is het natuurlijk wel, na een lange dag werken.   

Ook het huis waar ik woon, onderscheid zich in luxe bij onze buren, die wonen in eenvoudige huisjes gemaakt van zelfgemaakte bakstenen van klei. Ons huis bestaat uit twee verdiepingen – alleen dit al is noemenswaardig. Ik woon op de begane grond. De stijl van het huis laat zich het beste omschrijven als ‘over smaak valt niet te twisten’. Zowel van binnen als van buiten is het licht roze met mintgroen geverfd. Voor de ramen, met ijzeren hekken daarvoor, hangen rood met gouden gedrapeerde gordijnen. In de keuken woont een klein muisje en af en toe is er bezoek van een kakkerlak. Verder zijn alle gemakken simpelweg voorzien. Ik heb niets te klagen. 
Al vind ik de muren rondom ons huis en tuin soms ingewikkeld. Ik geef toe, het is fijn om even weg te kunnen kruipen achter deze grote muren, want samenleven en samenwerken is hier veel intensiever dan ik als Nederlandse gewend ben. Toch mis ik ook het uitzicht; de natuur en Afrikaanse zon vervelen nooit. Gelukkig zijn er gedeeltes in de muur die uit hek bestaan. Hier doorheen wordt nogal eens een telefoon met oplader aan een van de bewakers gegeven. Want bij ons gaat de generator aan als de zonnepanelen leeg zijn en de elektriciteit van de gemeente onderbroken. En zo delen we een heel klein beetje in onze luxe. Met ongemak. 

zaterdag 14 september 2019

Bo

Ik dacht wel wat gewend te zijn, na al enige Afrikaanse meters in de benen te hebben. Maar de ‘maternity ward’ in het regeringsziekenhuis in Bo (Sierra Leone) laat me verwonderen, en is vaak ook uitdagend.
Het is hier een komen en gaan van zwangere vrouwen, baby’s en iedereen en alles die daarbij horen, inclusief handelaartjes die hun waar tot in het ziekenhuis aanbieden. In een kleine verloskamer liggen gemiddeld vier vrouwen naast elkaar, zonder gordijntjes ertussen, tegelijkertijd te bevallen. Vrouwen die contracties hebben lopen puffend en zwetend door de gang heen en weer – in de verloskamers is geen ruimte voor hen. In diezelfde gang wachten zwangeren rustig, soms enkele uren, op hun extra controle of op een echo, doorgestuurd door kliniekjes in de buurt. En aan het einde van deze volle en vooral erg lawaaierige  gang is de operatiekamer. Deze is speciaal en alleen voor de ‘maternity ward'. Er staan twee operatietafels in de operatiekamer en met enige regelmaat komt het voor dat er tegelijkertijd twee vrouwen een keizersnede ondergaan. En zo vullen zich de dagen. Met heel, veel zwangeren. En met heel, veel baby's. Een lopende band zou je kunnen stellen. Of chaos, op sommige dagen.

Af en toe heb ik het gevoel in een spel te zijn belandt en steeds een niveau verder te gaan, en daarmee ook de moeilijkheidsgraad van de omstandigheden. Een goed voorbeeld daarvan is mijn dienst van afgelopen zondag. Het was zo’n avond en nacht dat de operaties zich achter elkaar aan dienden. Als eerste was er geen stromend water. De familie van de patiënten dienen dan voor emmers water te zorgen. Dat duurt even. Ook duurde het even voordat de operatie instrumenten schoon waren; dit even duurde meer dan een uur. Bij de volgende operatie deed de operatielamp het niet. De operatie daarop was er veel bloedverlies, maar geen zuigslang meer beschikbaar, dus moesten we het doen met alleen maar gazen. De laatste operatie van de nacht, de derde keizersnede, had ik wel geteld één gaas. Eén gaas. Die werd steeds uitgeknepen. Daarna was ik moe, en het operatieteam ook. De moeders en baby’s maken het goed, en onder deze omstandigheden is dat met name complimenten voor hen.


zaterdag 15 september 2018

Sterrenhemel


Verschillen zijn er natuurlijk volop. Sommige verschillen zijn duidelijker aanwezig dan andere. Overeenkomsten zijn er ook, misschien zijn die er nog wel het meest. We zijn allemaal zusters, zei de serveerster laatst breed glimlachend tegen mij. Of wanneer ik afspreek met een aantal lokale collega’s in de plaatselijke bar. We lachen hard om de selfies die we proberen te maken en steeds weer mislukken. Onze gesprekken gaan vaak over de verschillen tussen hier en daar, tussen Afrika en het westen. We hebben dezelfde boeken gelezen en volgen dezelfde nieuwsbronnen, we filosoferen wat af. We zien allemaal dezelfde verschillen.

Pikkedonker is het ’s avonds en ’s nachts. Met een fonkelende, oneindige sterrenhemel, als je geluk hebt. Soms zorgt een volle maan voor extra licht, en hoeft mijn zaklamp niet aan als ik in de nachtelijke uren naar het ziekenhuis wordt geroepen. Laarzen draag ik voor de zekerheid – toch een beetje bang voor de grote insecten en eventuele slang, en ook omdat de wegen modderig zijn in het regenseizoen. Ik kan me niet heugen wanneer ik voor het laatst in het pikkedonker in Nederland was, of wanneer het helemaal stil was. Door de diensten die ik draai, om de week een hele week, ben ik regelmatig op de meest donkere uren van de dag aan het werk. Inmiddels slaap ik zoals een echte Afrikaan, wanneer ik kan, op de meeste gekke tijdstippen. 
Toch wordt het ritme van de dag voornamelijk gedirigeerd door het ritme van de natuur. Het begin van een nieuwe dag wordt aangekondigd door de haan, die ook woont op onze 'compound', en door de hanen van de buren. De zon volgt, net als een scala aan geluiden van de vogels en andere exotische beestjes die je niet ziet maar dus wel hoort. Gedurende de dag worden ze overstemd door het geluid van een generator, maar vaker nog door muziek. Geluidoverlast is hier, mijn inziens, een onbekend probleem, muziek draai je niet alleen voor jezelf, maar voor iedereen. Wij zijn gezegend met een goede muzieksmaak van onze buurman. Ook privacy is hier dermate ondergeschikt aan het gemeenschappelijk belang. Families zijn 'extended', broers hebben verschillende moeders en een kind wordt opgevoed door het gehele dorp. 

Afgelopen week zag ik haar ineens te midden van alle andere patiënten en bezoekers in de grote hal van het ziekenhuis. De moeder van de jongen met de grote rode kersttrui. Deze keer helpt ze haar zwangere zus die is opgenomen. Haar eigen zoon heeft het toch niet gered. Met grote ogen kijkt ze me aan, haar blik is leeg. Het leven gaat door en nieuw leven komt er aan. De donkere kant van het leven hier is pikkedonker. Maar als de sterrenhemel zich laat zien, is ze oneindig en sprankelend. En dat besef ik me op de avonden met mijn lokale collega's; de ambities en veerkracht zijn enorm en daarmee is de toekomst hoopvol. 

maandag 30 juli 2018

Ochtend karavaan


Elke dag begint met de ochtendronde. Nadat er is gezongen en gebeden en de patiënten van de nacht zijn besproken. Tijdens de ochtendronde worden alle zwangeren, net bevallen vrouwen en hun pasgeborenen gecheckt door het voltallige team van de afdeling. Ik ben inmiddels een vast teamlid. Als een karavaan trekken we langs alle vrouwen, die zijn verdeeld over vijf verschillende zalen. Het is een kleurrijk geheel; de verloskundigen dragen witte pakken, de verpleegkundigen blauwe en die van de studenten zijn lilapaars.
Het middelpunt van de karavaan is het karretje dat wordt voortgeduwd door de verloskundige van dienst. Zij schrijft alles wat wordt besproken zorgvuldig op in een groot boek. Verder liggen op het karretje alle patiënten dossiers en andere verpleegkundige benodigdheden. Toch missen we elke dag weer iets. Dit maakt afdelingshoofd Hawa vaak aan het zuchten, maar ze weet het altijd weer te regelen. Sowieso is voor Hawa nooit iets teveel gevraagd, en draait ze met ogenschijnlijk gemak een extra nachtdienst na een dagdienst als een collega afwezig is. Net zo gemotiveerd is haar collega Maria,  favoriet bij de patiënten, er wordt vaak naar haar gevraagd, iedereen wil even haar liefdevolle aandacht. Maria is ook efficiënt, laatst kocht ze nog een (levende) haan tijdens de ochtendronde, die ze vervolgens onder haar arm meenam langs de patiënten. Laatkomers zijn er ook altijd, en die sluiten vaak ongemerkt aan. Even ongemerkt verdwijnen de studenten halverwege, om thee te drinken, of ontbijt te kopen buiten bij het winkeltje. De telefoon van zuster Augusta gaat zo vaak af, dat ze daarom maar haar oortjes in houdt, kan ze in de tussentijd naar muziek luisteren. Ook patiënten luisteren graag naar muziek in de ochtend. Door het team worden ze dan tot de orde geroepen, ook als er teveel rommel rondom hun bed staat. Patiënten dienen hun eigen eten mee te nemen en klaar te maken, zelf de was te doen en hun pasgeborenen te verschonen. Vaak is er een moeder, zus of tante, vaker nog een combinatie van deze familieleden, die na gelang de opname duurt, voor ze zorgen. Ze slapen dan op matjes op de grond, of als ze geluk hebben in een leeg bed.  
Inmiddels heb ik door ervaring geleerd, mee te deinen met de dynamiek van de ochtendronde, en vooral niet harder te willen gaan – een karavaan beweegt zich tenslotte voort als een groep in zijn eigen tempo. Wellicht zie ik, doordat ik een stapje terug moet doen, meer. Ik zie dat Maria de haan koopt bij een van de familieleden van een patiënt, zodat zij weer geld hebben naar huis te reizen. Ik zie hoe Augusta uitgebreid adviezen geeft over voeding, hoe de laatkomers overuren maken, en hoe de studenten de baby’s hebben gewogen voordat de ochtendronde is begonnen.
In de korte tijd dat ik hier ben, heb ik vele zieke zwangeren en gecompliceerde bevallingen voorbij zien komen. En elke keer weer was iedereen daar, te doen wat er gedaan moest worden, om die ene moeder en haar baby de beste kansen te geven. Samen hard werken is het minste wat je kunt doen in een land met nog steeds hoge moedersterfte. De ochtendronde is voor mij niet alleen mijn dagelijkse routine, maar ook het beste begin van mijn dag. Ik voel me bevoorrecht om hier als dokter te mogen werken. Te leren. Om straks die extra kennis, vaardigheden en creativiteit mee terug te kunnen nemen naar Nederland en de patiënten daar. Ik denk aan onze huidige minister van Volksgezondheid die niet overtuigd is van de meerwaarde van een Nederlandse tropenarts. Ik bedenk me hoe het zou zijn als hij voor even mee kon deinen in de dynamiek hier, om te beseffen hoe rijk de wereld buiten Nederland is.

zondag 22 juli 2018

Nieuwe schoenen

Deze keer ben ik te gast in het regeringsziekenhuis in het verre zuidoosten van het land, dichtbij de grens van Liberia. Gedurende ruim twee maanden help ik mijn Nederlandse collega die voor een Italiaanse organisatie werkt. Het gezelschap aan artsen in het ziekenhuis is gevarieerd; er is een dokter uit Nigeria, een kinderarts uit Ethiopië, en de medische baas van het ziekenhuis is een lokale dokter die jarenlang in China heeft gewerkt. Zelf werk ik in het gedeelte van het ziekenhuis voor zwangeren, kraamvrouwen en kinderen tot en met 5 jaar. Zij krijgen gratis gezondheidszorg van de regering. Uiteraard wordt er gespeeld met deze regels. Soms omdat de patiënt een bekende is van een van de medewerkers, soms omdat het medische noodzaak is. In ons gedeelte van het ziekenhuis bevindt zich namelijk een zaaltje met twee bedden, waar 24 uur per dag elektriciteit is en dus zuurstof kan worden gegeven.


En dat is precies de reden waarom de tienjarige jongen werd overgebracht van het algemene ziekenhuis naar ons. Badend in zweet en naar lucht happend werd hij door zijn moeder op haar rug binnengedragen. Het lichamelijk onderzoek was duidelijk, met een naald prikten we zijn longen aan en veel, heel veel viezigheid kwam eruit. Zware medicatie werd gestart, en ook werd er continue zuurstof aan hem gegeven. Elke dag kwamen wij, de kinderarts en ik, terug om opnieuw zijn longen te onderzoeken. Hoe dapper hij ook was, en graag mee wilde werken, de jongen ging steeds meer in verweer tegen de naald die wij dagelijks in zijn lijf stopte. Ook het roesje om kortdurend licht te gaan slapen ontving hij met weerzin. Het was lastig een goede balans te vinden in wat goed doen is, zowel op de korte als lange termijn. Meerdere malen bespraken we in het team of we toch niet iets meer konden doen voor deze jongen. En elke keer was het antwoord hetzelfde. Maar er is tijd, en in Afrika lijkt er altijd meer tijd te zijn dan in Nederland. Hij knapte op en begon te spelen, steeds vaker buiten. Als laatste stap moest ‘ie nog meer gaan eten, vonden wij dokteren – de rode wintertrui met sneeuwpoppen hing veel te ruim over zijn schouders. Om hem te motiveren beloofde de kinderarts hem nieuwe schoenen. Dat  werkte (mee). En zo wij gaan binnenkort uiteten in het dorp, want  dat was de andere helft van de belofte van de kinderarts aan mij, wanneer de jongen naar huis zou gaan. Beter is onze patiënt nog niet helemaal beter – hij zal nog lange tijd zware medicatie moeten blijven gebruiken, maar hier in de jungle vier je ondertussen de zegeningen van de dag.

woensdag 27 juni 2018

Freetown

'Tenki pa' zegt de bestuurder. 'Tenki pa' zegt ook de vrouw naast me. Naast ons op het trottoir staat een man van middelbare leeftijd. Aan de grootte van zijn buik is te zien dat hij van goede afkomst is. Hij knikt naar ons. Ik zit in een kee-kee in Freetown. Dat is een klein open gemotoriseerd karretje, in Azie bekend als tuktuk. Hier heten ze dus kee kee's en de laatste keer dat ik hier was, waren ze er nog niet. Zodra ik ben ingestapt, bedenk ik: dit doe ik niet nog een keer als het donker is. De bestuurder lijkt haast te hebben en rijdt hard. Samen met twee andere vrouwen zit ik ingeklemd op een bankje. Zij kletsen voluit, ik houd me vast en kijk met de bestuurder mee waar we naar toe zoeven. Net als altijd is het druk bij die ene rotonde. Onze bestuurder heeft geen zin om achteraan te sluiten in de file en rijdt over de linkerbaan. Opnieuw denk ik: ik doe dit niet nog een keer. Gelukkig manoeuvreert de bestuurder ons halverwege tussen de andere auto's terug op de rechter baan. 

De vrouw naast me begint uit te leggen waar ze het over hebben. Ik zeg: ja, ik volg het, jullie hebben het over de politieman die ons heeft gezien en nu onze kant opkomt. Mijn begrip van Krio maakt me direct vrienden met de vrouw. Ze heet Susu en ze werkt in de keuken in de bar waar ik net voetbal heb gekeken. Nigeria tegen Argentinië. Alsof het nationale team van Sierra Leone zelf de finale van de wereldkampioenschappen moest spelen. Het dak ging er bijna af voor hun Afrikaanse broeders. Susu vertelt dat ze een dochter heeft in Duitsland. Ik bedenk dat ze daar studeert en vraag wanneer haar dochter voor het laatst in Freetown is geweest. Maar nee de dochter van Susu is geadopteerd door haar nieuwe moeder en is nooit meer in Sierra Leone geweest. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Susu hoopt me nog een keer in de bar te zien, en stapt vrolijk uit en verdwijnt in de massa. 

Het leven in Freetown doet mij altijd denken aan de puzzels die mama maakt met kerstmis. Een puzzel van 1000 stukjes met poppetjes die van alles en nog wat doen. Elke keer als je naar de puzzel kijkt, zie je weer iets anders, en vaak iets wat niet helemaal in het plaatje past. Zo ook in deze stad. Het verkeer krioelt er als een mierenhoop doorheen - schijnbaar chaotisch, maar de oplettende kijker ziet dat er toch een patroon is. 
De politie-agent komt inderdaad aangelopen. Hij is jong, maar zonder aarzeling vraagt 'ie de bestuurder zijn karretje aan de kant te zetten want zijn rijgedrag was niet volgens de regels. Vanaf het trottoir wenkt de man van middelbare leeftijd de agent naar hem toe te komen. Ik kan hun gesprek niet horen, maar al snel vindt de agent het goed zo. 'Tenki pa' wordt er dus meerdere keren tegen de onbekende helper gezegd vanuit ons kee-kee karretje. De autoriteit van de leeftijd weegt hier nog steeds zwaarder dan die van de handhaving van de wet. 

zaterdag 26 mei 2018

Lamin

In de zomer van 2015 ben ik terug in Masanga en schrijf ik het volgende op, wat vervolgens als concept onzichtbaar op het internet blijft, tot vandaag - een terugblik dus: 

Zijn glimlach zo groot. De bekende vrolijke glinstering in zijn ogen en rimpels rondom. Op zijn lachende wangen littekens volgens cultureel gebruik. Even denk ik: zijn gebit is verslechterd. Maar de glimlach zo groot en aanstekelijk. Het zijn de mensen die je laten thuiskomen. Met veel enthousiasme was hij naar me toe gerend, nadat hij me vanuit de verte al uitgebreid zwaaiend had begroet. We mogen elkaar niet omhelzen, Ebola ligt nog steeds op de loer. 

Hij komt bananen brengen en maakt mijn favoriete maaltijden en zelfs kokoskoekjes, keer op keer. En alsof dat nog niet genoeg is, vertelt hij dit trots aan iedereen die het maar horen wil. Hij weet als geen ander wat ik lekker vind, want hij heeft jaren voor me gekookt, toen Masanga mijn thuis was. 45 jaar oud is Lamin, al jaren. Daar moeten we steeds met z'n allen om lachen, en hij zelf het meest. Geboren is 'ie in het hevige regenseizoen, net voor de rijstoogst, dat vertelde zijn moeder hem. Inmiddels heeft hij zelf 4 kinderen. Voor Abdul zijn oudste zoon die nu de middelbare school volgt, bouwt hij een huisje dichtbij zijn nieuwe school. Het huis is bijna klaar, alleen nog een dak. Abdul werkte voorheen in mijn grote jungle tuin, op zaterdag, om wat bij te verdienen voor dat letterlijke dak boven zijn hoofd. 

We besluiten deze keer de rollen om te draaien en Lamin uit eten te nemen in het stadje verderop. We pikken hem op in zijn dorp, welke nog dieper in de jungle gelegen is. Vele kinderen verzamelen zich rondom onze grote auto, die schril afsteekt bij de eenvoudig van het dorp. Maar het is feest! Luide muziek uit de autoradio en de ondergaande zon maakt het feest compleet. Als een koninklijk paar treden Lamin en zijn vrouw naar buiten. Zij gekleed in haar mooiste jurk. Alles wordt uitgebreid vastgelegd op camera, ook wij worden van alle kanten op de foto gezet. Als aandenken, mogelijk ook als trofee. Net als het overgebleven eten van die avond, dat in plastic tasjes wordt meegenomen naar huis. Rijkdom heeft hier een andere betekenis, besef ik me weer. Inspirerende rijkdom, wat er voor zorgt dat terug zijn hier een warm bad is. 

dinsdag 3 maart 2015

Temperatuur meten

36.1, 36.3, 35.8 tijdens een vroege frisse ochtend, 37.1 na een lange rit in de auto en 40.1 (en een rooie kop) na het hardlopen. Dit dagelijks ritme van temperatuur meten gaat altijd gepaard met handen wassen met chloor water en vaak ook gevolgd door een paar stappen over chloor matten. Het heeft al de nodige onuitwisbare sporen achtergelaten op mijn kleding. De gebleekte vlekken op mijn zwarte gympen kleur ik in met een zwarte stift - aangepaste ijdelheid zeg maar. Of ik pas me aan de onconventionele Liberianen. Zo droeg een Liberiaanse collega laatst zijn jas binnenste buiten, of volgens hem de mooiste kant met vele kleuren -in plaats van de effen donkere andere (buiten) kant. 

Zou het in het dagelijkse leven ook maar zo makkelijk gaan, de 'donkere kant' uit het zicht draaien. Misschien begint het echte werk nu wel voor de mensen hier, nu de uitbraak echt op zijn retour lijkt te zijn. De sporen van het Ebola virus worden steeds meer zichtbaar - niet zo aanwezig als de puinhoop die een natuurramp achterlaat, maar zeker net zo verwoestend en ongetwijfeld levenslang. 
Of zoals die mevrouw laatst tegen me zei, toen ik op mijn huisgenoten aan 't wachten was die in een hele grote supermarkt op zoek waren naar een strijkplank (weer die ijdelheid ja); alsof ze de mooiste bloem van me hebben afgenomen - over haar man, die is overleden aan Ebola.  

Nog even en ik vlieg weer terug, naar een land waar de kranten over van alles maar niet meer over West-Afrika schrijven. Bijna ben ik weer thuis, althans "home is where the heart is", dus het zal wel even duren voordat thuis weer thuis zal voelen. De geur van chloor zal ongetwijfeld onlosmakelijk verbonden blijven met mijn tijd hier. 

zaterdag 24 januari 2015

Op de goede weg

She did it! Hét virus van zich afgeschut en alweer thuis bij haar familie, waar meisjes van 14 jaar horen te zijn.. 
En er is meer goed nieuws te vertellen; het aantal nieuwe besmettingen daalt drastisch en consequent. De scholen zullen binnenkort weer open gaan en het negatieve vliegadvies naar Liberia kon afgelopen week opgeheven worden. Ook het Chinese constructiebedrijf gaat verder waar ze gebleven was, met veel bedrijvigheid wordt de enige asfaltweg in de provincie van een nieuwe laag voorzien.  

Dat alles zien we vanuit ons kantoor, een zalmroze villa met grote tuin rondom, waar het een komen en gaan is van werknemers, bezoekers en auto’s – een dynamiek, die zich lastig laat regisseren, en nogal eens voor een zucht her en der zorgt. Al speelt het grootste gedeelte van ons werk zich af ‘in het veld’, de nodige uren worden doorgebracht op kantoor, waar je opgeslokt wordt in de bedrijvigheid. Zo zijn er flex plekken zonder dat dit benoemd hoeft te worden. Even naar de printer op en neer, kan je je stoel kosten - een plastic witte tuinstoel om precies te zijn, niet geheel ergonomisch passend bij de houten bureaus, waar vanaf alle kanten en vaak met meerderen tegelijk aan wordt gezeten. Voor een telefoongesprek moet je naar buiten lopen - er is in het gehele gebouw maar net voldoende netwerk om je telefoon over te laten gaan. Het heen en weer lopen is niet eens een straf, bekennende dat die plastic stoelen in de loop van de dag gaan plakken. Nog steeds wordt er gewacht op de reparateur van de airconditioner, en de ventilatoren zorgen maar voor zuchtjes wind, die losliggende papieren die van niemand zijn in de rondte doen waaien. De kerstversiering is nog niet opgeruimd en de klok zingt elk uur een vals chinees deuntje. Maar het meest opmerkelijke is toch de krokodil, die laatst werd gevonden in een leeg olievat achter in de tuin. Dankzij een onbaatzuchtige inzamelingsactie, kon een ruime kooi voor hem (of haar?) gebouwd worden. Er wordt gezorgd voor genoeg water en een hagedis op z’n tijd. We zijn er echter nog niet helemaal over uit of we er goed aan doen om voor ‘m (of haar?) te blijven zorgen, en of loslaten in de natuur toch beter is…. Het zou zomaar een kritische metafoor kunnen zijn voor ons dagelijks werk hier.

De nieuwe en hopelijk eind fase van de epidemie doet ons dagelijkse werk veranderen; Na drukke maanden in onze klinieken, zijn sommige dagen nu zo rustig, dat er tijd is voor een potje volleybal. Op een kiezelveldje midden in de kliniek tussen de drogende rubber handschoenen en laarzen, wordt ontspannen gelachen en zo fanatiek gespeeld dat de volleybal al meerdere malen vervangen moest worden. We vinden het allang goed zo. 

woensdag 31 december 2014

14 jaar

Het is de laatste dag van het jaar. Vrolijk wordt er 'Happy 2015' heen en weer geroepen. Ook al is hier geen officiële kerstvakantie, het kantoor is leger dan normaal en er hangt een ontspannen sfeer. We kijken uit naar het feest van vanavond. De regering helpt mee; de avondklok is speciaal voor vannacht afgeschaft. Wij expats moeten om 1 uur 's nachts thuis zijn - blij zijn we vooral met de flessen champagne die op de kop zijn getikt door een vindingrijke collega. 

Ik check mijn mail voor de bloeduitslagen van de opgenomen patiënten in onze klinieken. Een dagelijkse routine. Zo ook vandaag, maar vandaag kijk ik tweemaal, driemaal, ja het is waar, het 14 jarige meisje is positief getest voor Ebola. Ik staar lang naar het scherm. Wanneer ik haar weer zie, zie ik een 'gewoon' pubermeisje gekleed in een shirtje vol glitters en haar haren gevlochten volgens de laatste mode. Ziek oogt ze niet. Nog niet wellicht. Ze loopt heen en weer. Ik spreek met haar stiefmoeder. De biologische moeder van het meisje is recent overleden. Wanneer precies, waaraan en waar willen ze ons niet vertellen. Angst en onwetendheid gaan vaak samen. De stiefmoeder blijft het ook herhalen, ze is bang. Een telefoon wordt van buiten af door het hekwerk aan de patiënt gegeven - het meisje belt zelf haar familieleden. De telefoon mag niet terug naar de eigenaar aan de andere kant van het hek, het wordt uit elkaar gehaald en volledig gesprayd met chloorwater en dan pas teruggegeven. Het is hard, een van de meest waardevolle bezittingen is in een enkele seconden niets meer waard. Ebola maakt geen onderscheid. 

De ambulance komt. Het is een pick-up auto met een plastic dak over de laadbak, daaronder ligt een matras. Meer is er niet. De ambulance rijdt via een speciale laan de kliniek binnen. Het meisje klimt zelf de auto in. Ook nu worden alle beschermende maatregelen nauwlettend opgevolgd, onder het toeziend oog van onze werknemers. Er mag niets aan het toeval worden overgelaten.
Niemand mag met haar mee. Te risicovol. Daar gaat ze dan, 14 jaar jong, alleen naar een stad ver weg van haar familie. Naar een kliniek waar ze de komende dagen alleen mensen zal zien in plastic maanpakken en ogen verscholen achter een dikke plastic bril. Niemand daar zal je langer aanraken dan noodzakelijk. Ziek en alleen zijn zouden niet samen mogen gaan. Met enig geluk kan haar familie haar achter na reizen. Tenminste als ze zelf geen symptomen ontwikkelen. 21 dagen wordt iedereen nauwlettend in de gaten gehouden. En dat is een hele klus hier. Niettemin omdat er veel wordt gezwegen en alleen de tip van de ijsberg zichtbaar is. 

Nog een paar uur en dan dient er een heel nieuw jaar aan. Ik zal vanavond toosten met de champagne en mijn collega's, maar mijn gedachtes zullen ongetwijfeld ook gaan naar haar. Op een voorspoedig nieuwjaar, voor iedereen en voor sommigen een beetje extra meer graag. 

donderdag 11 december 2014

Onderweg

De week ging geruisloos over in het weekend en net zo makkelijk weer in een nieuwe week. Ik hoor mezelf tegen een collega zeggen ‘zullen we na het werk nog even afspreken om een en ander door te nemen’… Huh, werken na een werkdag? Maar het werk geeft voldoening, vooral als het doel wordt bereikt; onze tweede kliniek is geopend! Een kliniek waar patiënten zich kunnen melden met (een verdenking op) een Ebola-infectie. 

De tijdelijke kliniek is te vinden in een uithoek van de provincie, waar toegang tot gezondheidszorg minimaal is. Het virus heeft hier helaas al flink zijn sporen achtergelaten, en dat heeft financiële gevolgen. Er is veel animo voor een baan in onze kliniek, en de sollicitatiebrieven komen in grote aantallen mijn kant op. Sommige geïnteresseerden komen zelfs elke dag terug, ze houden hoop, misschien wel tegen beter weten in, maar ze geloven, zo zeggen ze zelf, bovenal in een goede afloop. En daar is niets tegen in te brengen.

De wegen zijn slecht en dat hebben we geweten; de vrachtwagen met (medische) benodigdheden zit voor twee dagen vast in de modder - én blokt de weg voor alles en iedereen, we moeten dus omrijden om thuis te komen die avond. Afstand wordt hier in tijd aangegeven en veel tijd brengen we door in de auto. Een lege blaas en maag in de auto op die slechte wegen is trouwens aan te raden weet ik inmiddels uit eigen ervaring. Communicatie tijdens de ritten vindt plaats via de radio, gezien het gebrek aan telefoonbereik. De chauffeurs melden zich om de beurt bij het hoofdkantoor. Niet alleen voor mij zijn de nummers en codes die ze doorgeven onverstaanbaar, maar ook voor de chauffeurs zelf  – het zorgt vaak voor gegrinnik in de auto. Onderweg luisteren we naar radio UNMIL, de radiozender van de vredesmacht van de United Nations die sinds ruim een decennium helpt bij blijvende stabiliteit in het land. Of ik in Nederland ook naar radio UNMIL luister, vraagt de chauffeur aan me. Maar Nederland is ver weg.

Turend naar buiten blijf ik me verbazen; de natuur is ongelooflijk overweldigend en met name de ondergaande zon in de late namiddag maakt mijn uitzicht bijna betoverend. Het volop groen wisselt zich af door hectares georganiseerde rubberplantages - alles voor de export. In groot contrast met de verzameling hutjes her en der, die omringt worden door compacte akkertjes, groot genoeg voor eigen gebruik. De spelende kinderen, overal in overtal, lijken het niet nog te beseffen. In diezelfde dorpjes vallen de gekleurde emmers met kraantjes en de bekende ‘Ebola is real’ tekst direct op – zou er volgende water en chloor inzitten?  

Inmiddels kunnen wij tevreden terugkijken op de eerste week in onze tweede kliniek; de eerste patiënten hebben hun weg weten te vinden en de nodige zorg, medicatie en adviezen ontvangen. Een begin, hopelijk van een einde, en zijn straks de emmers met kraantjes minder urgent. En onze werkdagen iets minder lang. 

vrijdag 14 november 2014

Uit voorzorg

En zo ben ik weer terug in West-Afrika. Liberia deze keer. Zodra ik het vliegtuig uitstap, valt de welbekende warme en vochtige deken van zoete lucht over me heen. De opkomende zon geeft een voorzichtige oranje gloed over het landschap vol met palmbomen, en een glimlach op mijn gezicht. Picture perfect. Maar de realiteit van Liberia laat zich al gauw zien. Bij de ingang van de paspoortcontroles staan grote emmers met kraantjes. De chloorlucht is penetrant op deze vroege ochtend. Handen wassen en temperatuur wordt gemeten met een thermometer als pistool. Vanaf nu zal niemand je meer aanraken, en voorkom je zelf ook elke aanraking. De toon is gezet.

Vanuit de auto (met de ramen verplicht dicht) lijkt het normale dagelijkse leven hand in hand te gaan met de Ebola uitbraak. Taxi's en busjes vol worden ingehaald door grote auto's met hoge antennes van de UN en andere hulporganisaties. Vrouwen verkopen fruit, leunend tegen een muur met boodschappen om besmetting te voorkomen. Winkeltjes zijn open, de prijzen gestegen. Jingles vol adviezen en zelfs lesprogramma's op de radio; scholen zijn nog steeds gesloten. Kinderen worden niet meer gevaccineerd en na elf uur 's avonds mag je je niet meer op straat vertonen. Er is een voorzichtige afname van het aantal nieuwe besmettingen, en dat geeft hoop. Of moeten we het rapportage systeem wantrouwen? Of verslapt ieder's oplettendheid - en willen mensen terug naar het leven van alledag.  

Ik word afgezet in een groot en luxe hotel met uitkijk op het strand en de zee - waar ik wederom niet naar toe mag gaan. Restricties en regels zijn oneindig, en ik begin aan een rit  'briefings'. Daarnaast volg ik gedurende een week een training van de WHO, en leer nog meer details over de ziekte en uitbraak. Er wordt veel geoefend in een speciale trainingskliniek met simulatie patiënten - ik steek er veel van op. De laatste middag komen er een aantal Ebola-overlevenden hun verhaal vertellen. Dat doen ze met gepaste trots. Allen even indrukwekkend. Naast mij zit een verpleegkundige van middelbare leeftijd, vader van vier kinderen. Hij huilt stilletjes. En ik ga de volgende dag naar het veld, waar het echte werk begint. 

dinsdag 10 juni 2014

God Bless Allah

Zo’n typische Afrikaanse beeld; een kleurrijk busje laag hangend op de grond, zwarte rook uit de uitlaat en zeer traag klimmend de bergen over. Met evenveel bagage bovenop als passagiers binnenin – alsof ’t een touwtrek wedstrijd is zonder winnaar met als resultaat dat het busje in balans blijft. Met sierlijke letters worden de busjes van wijze motto's voorzien. 
God bless Allah is mijn favoriet. Omdat dit voor mij zo typisch voor Sierra Leone is; iedereen gelooft hier. Je bidt samen, ook al geloof je in verschillende goden. Je bidt gewoon om de beurt elkaars gebeden mee. Zoals voor elke operatie of belangrijke bijeenkomst. Trouwen met je geliefde met andere religie is hier geen enkele probleem. Liberaal zijn ze ook met de namen, Hassan kan prima een christen zijn en David een moslim. Verfrissend. 

Verfrissend zijn ook de regenbuien waarmee het regenseizoen mee wordt ingeluid. Voor mij betekent dit dat de cirkel bijna rond is en het aftellen is begonnen. Ook mijn Masanga-genoten tellen mee af en ik word bedolven onder semi-liefdes-, maar vooral smeekbrieven en bezoekjes - als je zo arm bent, heb je niets te verliezen? Of is het verwend gedrag, geïnitieerd door eerdere goedbedoelde westerse hulp? 
Het plaatselijke voetbalteam dat tegenwoordig voetbalt in shirtjes uit Molenschot, organiseerde speciaal voor mij een afscheidswedstrijd. Met een team uit Magburaka werd het een heuse derbi. Er was dan ook veel publiek, die tevens diende als de begrenzing van het veld - als er en masse een stap naar achteren wordt gedaan, is de bal uit. Buitenspel wordt gevlagd met behulp van een twijg. Ik kreeg de eer om te mogen aftrappen en genoot voor de laatste keer van het snelle spel en oneindige inzet, het gejoel en gejuich en de prachtige Afrikaanse omgeving, waar zomaar ineens 2 (!!) heldere regenbogen verschenen. Ondanks het verlies aan onze kant, had ik me geen beter afscheid kunnen wensen. 

Mohamed, mijn schoonmaker kwam me mee helpen inpakken, checkte of ik écht niets vergeten was en zorgde er voor dat alle ritsen van mijn tas dicht gingen. Wat niet in mijn tas paste of hoefde, was onder andere voor hem. ‘I like your business’ was zijn reactie met een grote glimlach. Een glimlach die ik zal missen, zoals vele anderen. Maar het is tijd om te gaan, om verder te gaan. En wie weet kom ik ooit nog eens terug, om te zien wat de toekomst zal brengen. Hopelijk blijven alle mooie glimlachen. 


zaterdag 26 april 2014

Zomaar een dag

Het is rond een uur of acht ’s avonds. Ik loop naar het ziekenhuis, in de donkerte onder een fonkelende sterrenhemel. Even waan ik me in de droomvlucht van de Efteling. In de verte smeult een boomstam na, het ruikt naar as. Overdag zijn ze volop in de weer geweest om de akkers klaar te maken voor het planten van rijst. Nog even en dan begint het regenseizoen – zeer welkom na de zinderende hitte van de afgelopen weken, die ooh zo loom maakt.  Het Afrikaanse looptempo is mij inmiddels volledig eigen.

Luide muziek komt vanuit het dorp aanwaaien. Er wordt gefeest en hoe! Al de gehele dag blazen grote muziekboxen Afrikaanse hiphop muziek alle kanten op – een aantal hits worden keer op keer gedraaid en ook ik zing die inmiddels onverstoord mee. Vanmorgen was de diploma uitreiking van de verpleegkundigen hulpen, die hun opleiding in ons ziekenhuis hadden afgerond. Er werd groot uitgepakt. Om tien uur ’s ochtends begon de luide muziek en hard geschreeuw in een krakende microfoon – dat dient als een soort van uitnodiging ‘hier is een feestje, komt dat zien!’ en dat werkt altijd. Alle 36 studenten én leraren droegen een bloesje van dezelfde stof. Verder waren ze uitgedost met hoge pruiken, zwarte zonnebrillen en panty’s tot aan de knie – over smaak valt niet te twisten. Vele belangrijke piefen uit de omgeving waren naar Masanga afgereisd voor een korte  (of toch iets langere) speech. Als ongekend hoogtepunt was er een heuse playback act van een kolonel van het leger. Hoe dan ook, er dient gefeest te worden! En dat kunnen ze hier prima, tot in de kleine uurtjes gaan ze onvermoeid door. Ik laat ’t aan me voorbij gaan, deze keer. En loop naar het ziekenhuis.

Zes jaar oud is ze, Aminata, het meisje dat we deze week op de kinderafdeling hebben opgenomen. Haar haar heeft een rode gloed van ondervoeding. Haar buik steekt ver vooruit, de vergrootte lever en milt nemen veel plaats in en werken hard. Te hard, het oogwit is geel geworden en ze is moe. We besluiten een echo te maken van haar buik en borst. Samen met een van de studenten bestuderen haar ingewanden die we zien op een stoffig scherm. Dikke palmolie wordt gebruikt als gel op de buik. De moeder van Aminata staat aan het bedeinde. Op haar rug ligt, of beter gezegd hangt, een baby vredig te slapen, ingewikkeld in kleurige doeken. De moeder glimlacht breed naar ons. Aminata zelf ligt muisstil. Alsof ze begrijpt wat de student en ik bespreken, rollen er tranen over haar wangen. Ik veeg ze weg. We proberen aan de moeder uit te leggen dat wat we hebben gevonden niet veel positiefs is. Oneerlijk vind ik zulke gesprekken, telkens weer.


In gedachten verzonken loop ik terug naar huis - de muziek uit het dorp hoor ik nauwelijks. Een paar dagen later is ze overleden. Hopelijk kunnen onze net afgestudeerden verpleegkundigen een verschil gaan maken. 

donderdag 6 februari 2014

Adres



Masanga Hospital
P.O. Box 44
Magburaka

Tonkolili district, Sierra Leone 

Thuis



Home is where the heart is. En zo ging ik net voor de kerst van mijn ene huis naar mijn andere huis. Met het vliegtuig. En daar begon ’t al, achter mij zaten een man uit Burkina Faso en een vrouw uit Sierra Leone vanaf het eerste moment volop te praten - vandaar dat ik nu niet alleen hun afkomst weet. Met name de vrouw was vrienden met iedereen en wees medepassagiers o.a. op vrije bagageruimte. Ik zat naast een Duitse vrouw, waar ik pas een kwartier voor de landing achter kwam, toen we toch maar besloten tot een praatje.
Ik ruilde Afrika in voor Europa: De heldere blauwe lucht voor grijze wolken. De chaos voor de orde, regelmaat en rust. Het ‘lijkt alsof ik iedereen ken want ik praat met jan en alleman’ voor ‘ik kijk liever op mijn smartphone’. Kleur voor donker. Zwetend door de dag ploeteren voor koude handen en neus. Koekjes van Lamin voor appeltaart van mama.
Ook waren daar mijn lieve familie en mijn vele vrienden, en alles wat daar bij hoort en wat ondanks de whatsapp mogelijkheden bij lange aan niet tot in Afrika reikt. Kerst bij de open haart zoals het hoort. Tradities en gewoontes, zou je ze ooit afleren?

Na een maand consumeren in Nederland stond ik na 1,5 dag vlot reizen weer in Masanga. Dansje hier, dansje daar als welkom in het ziekenhuis – ik was maar wit geworden vonden mijn dorpsgenoten.
Net zoals in Nederland was er niet zoveel veranderd, de natuur maakt zich op voor het droge seizoen. Mijn tuin ligt bezaaid vol met droge bladeren. Even verderop hangt een onbekende man in een van de palmbomen. Hij is met een soort van houten lasso de boom ingeklommen om palmwijn te tappen. Pohjo wordt dit genoemd, een plaatselijk delicatesse, die ikzelf nog niet zo heb weten te waarderen – ik kom niet verder dan een vergelijking met doperwten. Vrolijk zwaaiend loopt dezelfde meneer even later met een jerrycan vol alcohol door mijn tuin. Of is toch al jungle, jungle van iedereen? Geen bestemmingsplannen hier en dus zwaai ik vrolijk terug. En dan besef ik ’t weer, je deelt hier ook je privacy. Ik pak mijn tassen uit, vol met Nederlands eten – dat dan weer wel. Uit- en inzoemen; het ervaren van twee (t)huizen is nog niet zo slecht.  

donderdag 26 december 2013

Foto's!


Patiënten en moeders van de kinderafdeling zitten liever buiten



Opereren samen met de studenten 


Nieuw leven! 


Emergency Unit 


Maandelijks wordt het gehele ziekenhuis schoongemaakt


Onderweg


Secundaire arbeidsvoorwaarden :-)


Overal, Afrikaanse kids! 

maandag 28 oktober 2013

Regenseizoen

Regen, regen, regen. Zelfs als je denkt, nu kan ’t echt niet meer harder regenen, dan kan ’t inderdaad nóg net iets harder. Tropische regen dus. Het geluid van de vallende regendruppels is overweldigend, met name op de zinken daken van het ziekenhuis. Gesprekken moeten even wachten en muziek luisteren of film kijken is even niet mogelijk. Dit zijn overigens de favoriete bezigheden van de werknemers, wanneer er elektriciteit is, oftewel wanneer er geopereerd wordt – een operatie begint hier ook met het inpluggen van alle mobiele telefoons van het gehele operatieteam, en op de afdelingen worden heuse cinema opstellingen gecreëerd. Eigenlijk wordt alles vertraagd door de regen; Was doet er drie dagen over om te drogen en is dan nog twijfelachtig droog. Alles (en iedereen) ruikt ook hetzelfde.. Mozes, de broodverkoper die elke dag met een tree vol vers brood op zijn hoofd alle huizen langs gaat, slaat de regenachtige dagen over. De werknemers komen later naar het ziekenhuis en zelfs de patiënten blijven weg. De wegen zijn gewoon te slecht begaanbaar en onderhoud vindt pas plaats in het droge seizoen - elk jaar opnieuw. Laatst was zelfs de brug tussen de 'compound' en het ziekenhuisterrein geheel overstroomd. Met de broek omhoog en op de blote voeten was de enige oplossing – een verfrissend begin van de dag. Al snel werden brommers en zelfs een auto in het nieuwe riviertje gereden en werd alles goed schoongemaakt. Voor de jeugd was het een heus tropische zwemparadijs.

Door alle regen koelt ’t aardig af, richting Nederlandse zomerse temperaturen zeg maar. Dat vinden ze hier maar koud en er worden grote dikke winterjassen gedragen over een indrukwekkende laag kleding. Voor mij is ’t echter ideaal hardloop weer. Mijn rondje hier gaat langs de goudmijnen met de bijbehorende badplaats in de rivier en door geurende rijstvelden. Ondertussen kom ik mijn dorpsgenoten tegen met van alles op hun hoofd. Soms fiets of rent er iemand een stukje met me mee - in Afrika doe je tenslotte nooit iets alleen. De regen laat zich inmiddels alleen nog 's avonds en 's nachts van zich horen, samen met goede onweersbuien - minst favoriet van mij. Maar volgens mijn lokale buren zegt de regen op deze manier 'gedag', en zij zullen het wel weten! 

zondag 1 september 2013

Dienst



Met enige Afrikaanse vertraging mijn belevenissen van mijn éérste dienst in het ziekenhuis. Samen met drie studenten  was ik het hele weekend verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in het ziekenhuis.  
Het voorrecht van dienst hebben, is dat je een 4-WD’s tot je beschikking heb – de Mariecar heet ‘ie wanneer ik dienst heb. Zonder telefonisch netwerk in Masanga, komen verpleegkundigen of studenten naar je huis toe om te overleggen, of om je op te halen.
Zo ook deze vrijdagavond laat. Zuster  Mama G (iedereen hier heeft naast zijn gewone naam een bijnaam)  en haar collega stonden samen met een van de bewakers voor mijn deur; of ik naar het ziekenhuis kon komen.
En ooh, ooh, wat was het een gedoe om mij te vinden – mijn huisje staat een stuk van het grote pad af, deels verscholen. Mama G vond ’t maar niets al dat gezoek en wilde perse mee terug in mijn auto – geen probleem, met een auto vol kwam ik aan in een pikdonker ziekenhuis. Geen patiënten nu die luidroepend en zwaaiend mij onthalen. Wel was een barende vrouw al van enige afstand duidelijk te horen.  De studenten die dienst hadden zaten rustig met een leuk muziekje aan  te wachten op mij. Overdag zien de studenten er keurig uit in overhemd en vouw in de broek. In de avonduren en weekenden lijken ze eerder heuse rappers, voorzien van grote koptelefoon, wollen mutsen en spierwitte gympen (hoe houd je die schoon hier?). De verpleegkundigen van de nacht zijn studenten van onze eigen ‘nursing school’. Allen gehuld in identieke blauwe verpleegkundige jurkjes, kijken ze enigszins onwennig met groten ogen toe naar de zwangere vrouw.

Ik bedenk dat er een echo moet worden gemaakt. De elektriciteit moet dus aan en daarvoor de generator. Fancy (juist, ook bijnaam), de generatorman, moet worden geroepen. Zuster Mama G begint opnieuw te zuchten en een  verhaal af te steken over hoe gevaarlijk het kan zijn in het donker met alle slangen, juist nu in het regenseizoen en waarom er geen telefoon netwerk is (alsof ik dat nú kan oplossen). Iemand anders besluit ondertussen Fancy te gaan halen en ik doe als ik Oost-Indisch doof ben. Voor medicatie gaan we zoek op de Eerste Hulp. Daar is het een soort van apenkooien tussen alle familieleden van de patiënten die op de grond op een matje liggen te slapen. Ze blijven stoïcijns liggen waar ze liggen – waarom eigenlijk ook niet. De juiste medicatie wordt niet gevonden. Mohammed van de apotheek wordt opgetrommeld. Mijn Nederlandse geduld wordt behoorlijk op de proef gesteld. Uiteindelijk kan de juiste medicatie worden toegediend en een echo worden gemaakt.
We besluiten een keizersnede uit te willen voeren.

 Maar ja, het regent en als echte afrikaan loop je liever niet door de regen. Hup, dan maar met de auto ’t dorp in, iedereen van het operatie-team zelf verzamelen. Het heeft bijna iets gezellig zo met z’n allen in de auto.
Even later wordt een gezonde baby geboren, een meisje. Ze krijgt de naam dokter Marieke (nee, dit is geen bijnaam).  En ik rijd met een glimlach in de vroege ochtend naar huis J